volg ons op:

20 HANDIGE POMP EN FIETSBAND WEETJES! KEN JIJ ER MEER?

  1. Te lage bandenspanning betekent hogere rolweerstand, minder veilige rijeigenschappen (met name in bochten), meer slijtage van de buitenband (vaak scheuren aan de zijkanten), grotere kans op lekrijden en een kortere levensduur.
  2. Te lage bandendruk E-bikes: 1 bar te lage bandendruk betekent 15 km minder actieradius.
  3. Te hoge bandenspanning zorgt voor ‘stuiteren’ en dus minder controle of zelfs een klapband. Bij nat weer vermindert de grip.
  4. Richtlijnen optimale bandenspanning: race 7-8 bar, MTB 3-4 bar en Stad 4-5 bar. Een veel gebruikte richtlijn voor racefietsen is één bar per tien kilo lichaamsgewicht. Boven 80 kilo is deze richtlijn met draadbanden niet meer haalbaar.
  5. Wat bepaalt mede de ideale bandendruk: type band, het weer en het wegdek. Op elke buitenband staat de maximale druk vermeld. Bij nat weer kun je de druk iets verlagen voor een betere grip. Een wegdek van kasseien vraagt natuurlijk iets minder druk dan bijvoorbeeld asfalt. Minder ervaren MTB’ers kunnen beter kiezen voor een iets hogere bandendruk.
  6. Bandendrukmeter: MTB’ers spelen vaak met bandendruk vanwege verschillende ondergronden, band- en velgbreedtes. Er zijn kleine digitale bandendrukmeters met reduceerventiel verkrijgbaar die checken en corrigeren onderweg mogelijk maken. Zoals de AIRCHECKER: https://www.sks-germany.com/nl/producten/airchecker/
  7. Voorband versus achterband: pomp je voorband een halve bar lager op. Dat geeft meer comfort en controle.
  8. Bredere banden: racefietsers kunnen in natte perioden een bredere band (25 mm) monteren voor meer grip/controle. Er is geen verschil in rolweerstand!
  9. Slijtage banden: je achterband slijt sneller dan je voorband door het hogere gewicht dat erop rust. Check slijtage regelmatig, ook de veilige reflectiestrepen.
  10. Type banden: er zijn verschillende bandbreedtes en rubbersamenstellingen die variëren in grip en rolweerstand. Het aandeel anti-lek neemt sterk toe, deze banden zijn vaak wel wat zwaarder.
  11. Check bandenspanning: In principe bij elke rit maar minstens 1 keer per maand.
  12. Soorten ventielen: het Hollands of Dunlop ventiel (stadsfietsen), het Presta of Frans ventiel (race en sportief) en het Auto of Schräder ventiel MTB).
  13. Keuze vloerpomp: Erg belangrijk voor de juiste druk. Kies een betrouwbare en comfortabele pomp met nauwkeurige manometer (drukmeter), die de gewenste bandendruk aankan en past op alle ventielen. Check of alle onderdelen van de pomp (zoals pompkoprubbertjes!) ook los verkrijgbaar zijn. Kijk op https://www.sks-germany.com/nl/produktcategorieen/vloerpompen/
  14. Keuze minipomp: dit is altijd een afweging van grootte, gewicht, comfort en design. Tegenwoordig zijn er compacte minipompen met twee luchtkamers, handige T-grepen, met of zonder slang en met een pompslag bij elke in en uit beweging. Kijk op https://www.sks-germany.com/nl/produktcategorieen/minipompen/
  15. CO2 pompje: de beste compacte oplossing voor onderweg. Met een CO2 patroon belast je het ventiel minimaal en is je band in een seconde weer gevuld. Zoals met de AIRBUSTER. Ook heeft SKS Germany net een met een vloerpomp navulbaar luchtpatroon op de markt gebracht: de RIDEAIR. Kijk op https://www.sks-germany.com/nl/produktcategorieen/co2-pompen/ of op https://www.sks-germany.com/nl/producten/rideair/
  16. Pompen met minipomp: ventiel altijd bovenaan en stabiliseer het ventiel met je hand, zodat deze tijdens het pompen niet beweegt en kan beschadigen.
  17. Pompen met vloerpomp: ventiel altijd bovenaan zodat gewicht van de slang het ventiel niet scheeftrekt. Bovendien slijt het rubber in de pompkop dan minder.
  18. Onderhoud fietspomp: de zuigerbuis kun je af en toe met vaseline insmeren. Een pomp die een tijdje niet is gebruikt eerst schoonblazen. Zo voorkom je dat er vuil in de band wordt geblazen.
  19. Bandreparatie: Let bij een nieuwe MTB-band op de looprichting van het profiel
  20. Garantie: check bij aankoop de garantietermijn van een nieuwe pomp. Bij SKS Germany 5 jaar.